Wat je nodig hebt voordat je begint

Zorg dat je het volgende bij de hand hebt voordat je de robotmaaier uitpakt: een meetlint, grondpennen of een hamer, de app van de fabrikant op je smartphone, en eventueel een kabelverlenger voor de laadpaal. Bij modellen met een begrenzingsdraad, zoals de Robomow RK2000, heb je ook een draadstripper nodig en voldoende kabel voor de omtrek van je tuin. Bij draadloze RTK-modellen zoals de ECOVACS GOAT O800 RTK of de MOVA VIAX 500 heb je dat niet nodig, maar moet je wél een goed wifi-signaal hebben in je tuin.

Stap 1: Kies de juiste plek voor de laadpaal

De laadpaal is het vertrekpunt van je robotmaaier. Zet hem op een vlakke ondergrond, bij voorkeur in het midden van je tuin of aan de rand van het grootste maaivlak. De maaier moet gemakkelijk vanuit alle hoeken bij de paal kunnen komen. Houd minimaal 1,5 meter vrije ruimte aan voor de paal en 2 meter aan weerszijden langs de rand. Sluit de paal aan op een buitenstopcontact met aardlekschakelaar. Gebruik geen verlengkabel van meer dan 25 meter, want dat geeft spanningsverlies.

Overweeg je een overkapping om de maaier en paal te beschermen tegen regen en zon? Er zijn inklapbare garages beschikbaar, al vanaf circa € 62,69, die eenvoudig over de laadpaal heen worden geplaatst.

Stap 2: Bepaal de begrenzingsmethode van jouw maaier

Modellen met begrenzingsdraad

Bij klassieke modellen, zoals de Robomow RK2000, leg je een begrenzingsdraad aan. Dit is een dunne kabel die je rondom het maaigebied in de grond prikt met grondpennen, op 20 tot 35 centimeter van de rand. Zorg dat de draad strak ligt en niet over elkaar kruist. Sluit beide uiteinden aan op de laadpaal. Bloembedden, vijvers of andere obstakels omcirkel je met een eilanddraad die je verbindt met de hoofdlus. Dit kost bij een tuin van 500 m² al snel een halve dag werk, dus plan hier tijd voor in.

De meest gemaakte fout bij draadmodellen: de draad te dicht op de rand leggen. De maaier keert dan te vroeg en laat een rand gras staan. Houd altijd minimaal 20 centimeter aan bij rechte randen en 35 centimeter bij bochten en hoeken.

Modellen zonder draad (RTK of AI-navigatie)

Nieuwere modellen zoals de MOVA 600 (€ 742,76), de GARDENA smart SILENO sense 600 (€ 974,12) en de MOVA 1000 (€ 1.049,58) werken zonder draad. Je loopt via de app de grenzen van je tuin af, of de maaier rijdt zelf een verkenningstocht. De maaier slaat de kaart op en maait voortaan automatisch binnen de ingestelde zone. RTK-modellen gebruiken een GPS-antenne die je op een vaste plek in de tuin of aan de gevel monteert. Die antenne heeft vrij zicht op de lucht nodig, dus niet naast een hoge schutting of onder een boom plaatsen.

Bekijk ons volledig aanbod van robotmaaiers als je nog twijfelt welk type het beste bij jouw tuin past.

Stap 3: Virtuele no-go zones instellen

Heb je een model dat no-go zones ondersteunt, dan kun je via de app gebieden markeren die de maaier moet vermijden: een zandbak, een terras, een bloemperk. Teken deze zones in op de kaart in de app. Zorg dat de zones ruim genoeg zijn, met minimaal 30 centimeter extra aan elke kant. Zones die te krap zijn ingesteld, zorgen ervoor dat de maaier er toch overheen rijdt of er steeds tegenaan botst.

Modellen als de MOVA VIAX 500 (€ 604,00) bieden TrueGuard-obstakelherkening en no-go zones zonder draad. De maaier herkent zelf objecten en past zijn rijlijn aan. Handig als je huisdieren hebt of regelmatig speelgoed in de tuin laat liggen.

Stap 4: Maaizones en maaipatronen instellen

Heeft jouw tuin meerdere losse vlakken, zoals een voor- en achtertuin, dan kun je bij de meeste app-gestuurde modellen aparte zones aanmaken. Per zone stel je in hoe vaak hij gemaaid moet worden en op welke maaihoogte. De aanbevolen maaihoogte voor een normaal gebruiksgazon ligt tussen de 4 en 6 centimeter. Sier- of sportvelden gaan naar 2,5 à 3 centimeter, maar dat vraagt meer maairondjes per week.

Stel de maaihoogte nooit lager in dan de fabrikant aanbeveelt, want te kort maaien strest het gras en maakt het gevoeliger voor droogte en onkruid.

Stap 5: Het maaitijdschema programmeren

Een robotmaaier werkt het beste als hij kleine beetjes tegelijk maait, in plaats van één keer per week een grote beurt. Een vuistregel: plan hem zo in dat hij per week twee tot drie uur actief is per 100 m² gras. Dat betekent voor een tuin van 300 m² zo'n zes tot negen uur per week. Verdeel dat over meerdere dagen en stel begintijden in als de tuin niet in gebruik is.

  • Maai bij voorkeur 's ochtends vroeg of 's avonds laat om overlast te beperken.
  • Plan niet tijdens harde wind of regen, tenzij je maaier hier expliciet voor geschikt is.
  • Stel een rustdag in, zodat het gras kan herstellen. Zondag werkt voor de meeste tuinen goed.
  • Pas het schema aan in de zomer (vaker) en herfst (minder) op basis van de groeisnelheid.

De meeste apps, zoals die van GARDENA, MOVA of ECOVACS, laten je per dag een of meerdere tijdvakken instellen. Sla het schema op en controleer de eerste week of de maaier terugkeert naar de laadpaal voor het schema afloopt. Doet hij dat niet, dan is de zone te groot voor de ingestelde tijd en moet je óf de zone verkleinen óf het aantal maaiuren verhogen.

Veelgemaakte fouten bij de installatie

  • Laadpaal op een hellend vlak plaatsen: de maaier rijdt scheef op de paal in en maakt geen goede verbinding.
  • Wifi-signaal vergeten testen: een zwak signaal zorgt voor uitvalsmeldingen en een maaier die niet reageert op de app.
  • Tijdschema te ambitieus: een maaier die continu rijdt, slijt sneller en maait uiteindelijk slechter dan één die voldoende laadtijd krijgt.
  • Messen niet controleren bij ingebruikname: controleer bij de eerste installatie of de messen goed gemonteerd zijn en draai ze na de eerste maaibeurt na.
  • Geen regenbeveiliging voor de laadpaal: zonder afdakje of garage kan de laadpaal door langdurige regen problemen geven.

Na de installatie: onderhoud in de eerste weken

Controleer de eerste twee weken dagelijks of de maaier zijn schema volgt en terugkeert naar de paal. Kijk of er stukken gras blijven staan, en pas zo nodig de begrenzingsdraad of zone-instellingen aan. Maai de eerste keer na installatie het gras handmatig korter als het al langer is dan 8 centimeter, want een robotmaaier is geen gewone grasmaaier en heeft moeite met hoog gras.

Wil je de randen netjes afwerken die de robotmaaier niet haalt? Gebruik dan een grastrimmer voor de hoeken langs muren en hekken. Dat geeft een verzorgd eindresultaat, ook als de robotmaaier al het zware werk doet.

Heb je na de installatie nog een rommelige tuin met veel onkruid of mos? Dan is het verstandig om dat eerst aan te pakken voordat je het maaitijdschema op volle toeren zet. Een gezonde grasmat vergt minder correcties en levert sneller een mooi resultaat op.

Gerelateerde producten